Rond de middag belanden we in een tankstation, daar installeren we ons om te eten. Het eten dat één van ons meegebracht heeft, is subliem lekker. Iedereen smult er met volle teugen van. Terwijl we aan het eten zijn, heb ik het gevoel dat we de regen meegenomen hebben op onze rit.
Als we een toiletbezoek willen brengen, zien we de lange rij staan. We beslissen om deze te vermijden en de mannen niet te lang te laten wachten. We kiezen om de beruchte “bosjes” te betreden. Als ferme madammen stappen we richting doel. We zien een bewandelbaar hellinkje, maar glijden al snel uit met onze sportschoentjes. Ik begin al snel te bedenken dat wachten aan de vrouwentoiletten misschien toch niet zo’n slecht idee was.
Overal liggen hoopjes van voorgaande “ferme” madammen. Als bij toeval, alhoewel ik daar aan twijfel, trap ik er dan ook nog in. Tot zover mijn gevoel van ferme madam. Ik voel me nogal vuil en vies, maar besef dat het nu een kwestie is van eventjes door te bijten. Andere meiden zijn hetzelfde lot als ik beschoren. We kiezen allemaal “zorgvuldig” een plaatsje uit. Ik heb het gevoel dat de gène tussen de meisjes nu al aan het verdwijnen is. We zoeken terug de mannen op. Onderweg lopen we allemaal op een rijtje. Het doet me denken aan windkracht 10, waarop de helden net van hun missie terugkeren. Ik vond onze missie alleen niet zo geslaagd, maar daarom niet minder moedig. Grappig hoe we tijdens het stappen onze opgelopen “hoopjes”schade proberen weg te werken. Aangekomen aan onze mini-bus, kunnen de mannen aan onze gezichten zien dat onze tocht niet zo ideaal verlopen was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten