dinsdag 29 april 2008

Melk


De eerste stop is in Melk.
Nele: Het wordt een lange rit vol plaspauzes, zang, spelletjes, eetpauzes, dutjes, gebabbel en gelach alvorens we in Melk aankomen. Een leuk en gezellig stadje, te midden in de Oostenrijkse bergen. Na een drankje en een hapje kruipt iedereen toch wel vroeg in zijn stapelbedje. De eerste nacht samen verloopt, zonder het gesnurk bijgerekend, rustig. Gelukkig doen oordopjes in tijden van noodzakelijke slaap wonderen…

Femke: In Melk aangekomen, zie ik de prachtige natuur. Onze jeugdherberg waar we tot morgen vertoeven, laat voor mij een verzorgde en familiale indruk na. Ik vind het heerlijk om ’s avonds nog eventjes de streek te verkennen en te genieten van de plaatselijke specialiteiten, zoals warme apfelstrüdel.

maandag 28 april 2008

In een busje


vertrek


Boekje


Ik hield vorig jaar een dagboekje bij, een beetje geïnspireerd door de getekende reisverhaaltjes van Trondheim en Sfar (maar schever), en vooral om de kinderen thuis achteraf te kunnen vertellen over Oradea.

dinsdag 15 april 2008

Rijden


Rond de middag belanden we in een tankstation, daar installeren we ons om te eten. Het eten dat één van ons meegebracht heeft, is subliem lekker. Iedereen smult er met volle teugen van. Terwijl we aan het eten zijn, heb ik het gevoel dat we de regen meegenomen hebben op onze rit.

Als we een toiletbezoek willen brengen, zien we de lange rij staan. We beslissen om deze te vermijden en de mannen niet te lang te laten wachten. We kiezen om de beruchte “bosjes” te betreden. Als ferme madammen stappen we richting doel. We zien een bewandelbaar hellinkje, maar glijden al snel uit met onze sportschoentjes. Ik begin al snel te bedenken dat wachten aan de vrouwentoiletten misschien toch niet zo’n slecht idee was.
Overal liggen hoopjes van voorgaande “ferme” madammen. Als bij toeval, alhoewel ik daar aan twijfel, trap ik er dan ook nog in. Tot zover mijn gevoel van ferme madam. Ik voel me nogal vuil en vies, maar besef dat het nu een kwestie is van eventjes door te bijten. Andere meiden zijn hetzelfde lot als ik beschoren. We kiezen allemaal “zorgvuldig” een plaatsje uit. Ik heb het gevoel dat de gène tussen de meisjes nu al aan het verdwijnen is. We zoeken terug de mannen op. Onderweg lopen we allemaal op een rijtje. Het doet me denken aan windkracht 10, waarop de helden net van hun missie terugkeren. Ik vond onze missie alleen niet zo geslaagd, maar daarom niet minder moedig. Grappig hoe we tijdens het stappen onze opgelopen “hoopjes”schade proberen weg te werken. Aangekomen aan onze mini-bus, kunnen de mannen aan onze gezichten zien dat onze tocht niet zo ideaal verlopen was.

Nachtelijk vertrek

Tom: Kwart na drie. Het is nog donker en het regent zacht. Ik neem de sleutel en ga het IPSOC-gebouw binnen. Ik voel me een beetje een indringer.Kwart na vier. Het is nog donker en het regent zacht. We vertrekken: een bus vol popelende mensjes met slaapogen.


Femke: Wat een nacht! In mijn slaap ben ik nog steeds bezig met mijn valies te maken om zeker te zijn dat ik niets vergeten ben. Mijn gedachten zitten verre van in dromenland… Als het “zalige en gekende” deuntje uit mijn gsm luidt, word ik uit mijn lijden verlost. Ik besef dat het tijd is om op te staan. Bij het buiten steken van mijn neus, voel ik de regen lichtjes spatten. Er hangt een mysterieuze geur in de lucht van regen en onweer. Perfect voor mij om te vertrekken naar iets wat nog steeds nieuwsgierigheid opwekt. In de bus zoek ik snel een plekje die er comfortabel uitziet, maar welke positie ik ook probeer in te nemen, het ligt toch niet zo comfortabel als mijn bedje. Toch sluit ik moeiteloos mijn ogen.

zondag 13 april 2008

Vertrekken


Dondermorgen 17 mei 2007. Kwart na 2. De wekker loopt af….loopt vroeg af…loop véél te vroeg af… Amper 2 uren slaap na enkele uren heen en weer geloop om die koffer toch maar niet té vol te proppen.

Na het wassen en het plassen begint de checkbeurt en de hercheckbeurt. In de auto realiseer ik mij dat ik op weg ben om toch wel 11 dagen met volstrekte, of toch bijna volstrekte, vreemde mensen naar Roemenie te trekken. Enkele zenuwen gieren door mijn lichaam. Spannend! Bijna iedereen is aanwezig als ik aankom [nvdr: die volgorde werd de hele reis aangehouden]. Het busje wordt volgestouwd met allerlei voorwerpen, koffers, slaapzakken. Na afscheid te hebben genomen van de toch wel bezorgde moeders (‘vergeet je vitaminepilletje niet in te nemen!’), vaders, broers, vrienden en vriendinnen vindt iedereen een plekje in het toch wel niet zo klein als verwachte busje.
(vlnr.: Andy, Tom, Femke, Nele L., Mieke, Eef, Nele L., Karl, Wouter)

Plopii fara Sot


De vzw Oradea werkte verschillende projecten uit in en rond de Hongaars-Roemeense grensstad Oradea. Oorspronkelijk richtten ze zich op de zorg voor jonge kinderen met een handicap, met het ondersteunen van gezinsvervangende tehuizen en speciale/buitengewone scholen. De meest recente realisatie is een groot preventiecentrum dat moeders wil helpen om hun kind zelf op te voeden, zowel door hulp als crisisopvang te bieden.

De naam voor het centrum, dat onder de districtsdienst voor sociaal werk en kinderbescherming valt, is ontleend aan een gedicht van Mihai Eminescu, Roemenië's antwoord op Guido Gezelle. Het is een nogal rancuneus wraakgedicht, dat in de titel verwijst naar een verweesde rij populieren, achterblijvende partners. Het is ook op muziek gezet. En dit is mijn poging tot vertaling. Ik ben niet goed in vertalen èn rijmen. En metrum houden.



Pa linga plopii fara sot

Al langs d’allene populieren
Ben ik vaak voorbij gegaan
D'hele buurt telde m’n stappen
Alleen maar jij die hoorde ze niet.

Het licht dat uit je venster scheen
Dat trok mijn blikken steevast aan
De hele wereld wist van dat staren
Alleen maar jij die zag dat niet.

Hoe vaak heb ik dan toch gewacht,
Gebeden om een teken t'rug
Als ik nog één dag dan kon leven
Dan zou één dag wel volstaan

Zelfs één uur wilde ik met jou delen,
Elkaar beminnen, liefdevol
En dan naar jouw gefluister luist'ren
Dat uur zou tellen voor eeuwig.

Als jouw ogen me hadden gezien
En me gezonden één enk'le straal
Dan zou tot in d’eeuwigheid der dagen
Onze ster aan d'hemel staan



Je zou voor eeuwig verder leven
Levens, vele levens lang
Met je koude marm’ren armen
Mooi en machtig marmer, dan.

Een afgodsbeeld voor eeuwig aanbeden
Zoals er nu geen meer ontstaan
Dat komt uit ver vervlogen tijden
Tot bij ons vandaag, dan.

Met heidens' ogen aanbad ik je dan
Met ogen vol van spijt keek ik toen
Die mijn voorouderen aan me gaven
Zoals d'ouders aan d'ouders doen

Vandaag heb 'k geen enk'le spijt meer
Ik ga er minder vaak voorbij
'k Weet dat je hoofd vol droefheid
Nu neerbuigt, vol respijt

Omdat je vandaag slechts als al d'and'ren bent,
In de schaduw'n, in de havenkroeg
En als ik je dan nog's d'ogen kruis
Zie'k daarin een kille, dode blik

Je had het moeten weten
zo’n heilig wonder mooi
En ’s nachts je kaars doen branden
Met het liefdeslicht op aard.

"Familia", XIX, 1883, 28 august 9 septembrie, nr. 35

Waarom?

Wel... ik weet het ook niet echt.
Sinds 12 jaar is er samenwerking tussen de Katho-hogeschool in Kortrijk (dept. Ipsoc, opleiding orthopedagogie) en de vzw Oradea uit Lier. Naast enkele grotere projecten, erasmusuitwisselingen en werkbezoeken, leidde dat ook tot het sturen van groepen studenten naar het Roemeense Oradea, waar ze korte, intensieve trainingssessies gaven.

Vorig jaar onderhielden de studenten van dat 'bachelorproef'-project een weblog bij, maar niet erg nauwgezet. Misschien daarom.

Dus... (elke vogel is geen mus). Doelstellingen. In de eerste plaats wil ik die oude weblog wat aanvullen aan de hand van foto's en verslagen. En stukjes die anders overal en nergens horen. Niet omdat het zo hoort, maar om een beeld te vormen voor twee (!) groepen studenten die nu binnenkort vertrekken. Ik heb al wat ervaring daarin. In de tweede plaats is de sleutel voor die oude weblog zoek geraakt (verdienste van de vorige studentengroep), en wil ik deze domeinnaam alvast voor hen openstellen. Sleutel er gerust aan, verander kleuren, vertaal de weblog, gooi mijn bijdragen eruit, maar gebruik ze vooral. Hier zit alvast één gretige lezer!