zondag 13 april 2008

Plopii fara Sot


De vzw Oradea werkte verschillende projecten uit in en rond de Hongaars-Roemeense grensstad Oradea. Oorspronkelijk richtten ze zich op de zorg voor jonge kinderen met een handicap, met het ondersteunen van gezinsvervangende tehuizen en speciale/buitengewone scholen. De meest recente realisatie is een groot preventiecentrum dat moeders wil helpen om hun kind zelf op te voeden, zowel door hulp als crisisopvang te bieden.

De naam voor het centrum, dat onder de districtsdienst voor sociaal werk en kinderbescherming valt, is ontleend aan een gedicht van Mihai Eminescu, Roemenië's antwoord op Guido Gezelle. Het is een nogal rancuneus wraakgedicht, dat in de titel verwijst naar een verweesde rij populieren, achterblijvende partners. Het is ook op muziek gezet. En dit is mijn poging tot vertaling. Ik ben niet goed in vertalen èn rijmen. En metrum houden.



Pa linga plopii fara sot

Al langs d’allene populieren
Ben ik vaak voorbij gegaan
D'hele buurt telde m’n stappen
Alleen maar jij die hoorde ze niet.

Het licht dat uit je venster scheen
Dat trok mijn blikken steevast aan
De hele wereld wist van dat staren
Alleen maar jij die zag dat niet.

Hoe vaak heb ik dan toch gewacht,
Gebeden om een teken t'rug
Als ik nog één dag dan kon leven
Dan zou één dag wel volstaan

Zelfs één uur wilde ik met jou delen,
Elkaar beminnen, liefdevol
En dan naar jouw gefluister luist'ren
Dat uur zou tellen voor eeuwig.

Als jouw ogen me hadden gezien
En me gezonden één enk'le straal
Dan zou tot in d’eeuwigheid der dagen
Onze ster aan d'hemel staan



Je zou voor eeuwig verder leven
Levens, vele levens lang
Met je koude marm’ren armen
Mooi en machtig marmer, dan.

Een afgodsbeeld voor eeuwig aanbeden
Zoals er nu geen meer ontstaan
Dat komt uit ver vervlogen tijden
Tot bij ons vandaag, dan.

Met heidens' ogen aanbad ik je dan
Met ogen vol van spijt keek ik toen
Die mijn voorouderen aan me gaven
Zoals d'ouders aan d'ouders doen

Vandaag heb 'k geen enk'le spijt meer
Ik ga er minder vaak voorbij
'k Weet dat je hoofd vol droefheid
Nu neerbuigt, vol respijt

Omdat je vandaag slechts als al d'and'ren bent,
In de schaduw'n, in de havenkroeg
En als ik je dan nog's d'ogen kruis
Zie'k daarin een kille, dode blik

Je had het moeten weten
zo’n heilig wonder mooi
En ’s nachts je kaars doen branden
Met het liefdeslicht op aard.

"Familia", XIX, 1883, 28 august 9 septembrie, nr. 35

Geen opmerkingen: